ingezonden gedicht
VERGELIJKINGEN

Wil men een mens goed met iets vergelijken,
dan neemt men vaak als voorbeeld, een dier.
Hun veelsoortigheid biedt ons enorme keuze,
en ook het leven op hun eigen aparte manier.

Of de vergelijking goed of slecht is getroffen,
de betreffende zal zich daar altijd aan storen.
Het is, zodra het onszelf betreft, nooit prettig
om de vergelijking met een dier aan te horen.

Bijvoorbeeld, dat men veel vreet als een wolf,
of over je zeggen, hij is zo stom als een ezel.
Of dat ze vertellen, die is zo sluw als een vos,  
of men opmerkt, hij is zo bang als een wezel.
                     
Of dat men beweert, dat jij steelt als de raven,
of men je doorlopend uitmaakt voor, valse kat.            
Of men roddelt, daar gaat nou die kale kikker,
of dat men je naroept, daar loopt die vuile rat.
                   
Of minachtend zegt, hij stinkt als een bunzing,
of je verwijten, hij is brutaler dan een spreeuw.
Of je beledigt met, pas maar op voor dat zwijn,
of men roept, hij is bloeddorstig als een leeuw.

Als díeren konden vergelijken, zouden zij vast
naar voorbeelden gaan zoeken bij de mensen.    
Zij hadden dan, door ónze vele slechte kanten,
meer keus dan ze ooit zouden durven wensen.
                             
Gezien al het vorengaande is het aan te raden,
in´t vervolg de hand in eigen boezem te steken.  
We moeten leren met iets anders te vergelijken,
om voor de dieren wat meer respekt te kweken.

P.B.K. 2013